En dan de beesten…
In Chili veel (voor ons vreemde) dieren gezien, maar altijd op redelijke afstand. En bijna geen insecten, behalve vliegen en muggen. In Costa Rica zijn de insecten groot, grote vlinders, bijen, rupsen, torren. De vogels zijn juist klein (kolibrietjes). Koeien met lange oren, alsof we in India reizen (maar ze heten dan ook Brahma-runderen). Een krokodil die z’n neus uit de rioolbuis stak (maar door de stukken vlees vol met vieze vliegen erop die men ernaast heeft gegooid, te onpasselijk voor een foto).
De eerste leguaan die we zagen, noemden we nog hagedis. Maar inmiddels zulke grote exemplaren gezien, dat het niet meer een hagedis te noemen is. Jonas blijft ze overigens ‘draak’ noemen.
We kijken nu al uit naar de spannende kikkers en brullende apen, die we nog gaan zien.
Deze dikke leguaan zat op het muurtje naast ons huisje.

De Brahma-koeien blijven onverstoord.

En natuurlijk veel gekko’s op de muur.

