We hebben hier al redelijk wat gelopen door het oerwoud, maar het is zo moeilijk om de wildlife te ontdekken. Ten eerste zijn de paden grillig, dus kijk je liever waar je je voeten neerzet. Dan hebben we nogal luidruchtige kinderen, die, eenmaal in zo’n toch wel griezelig bos, liever terug naar het huisje willen en dat ook graag laten merken. En ik (dieuke) merk dat ik echt 40+ ben en toe ben aan een bril (om over m’n oren maar niet te spreken).
Maar we raken meer en meer geoefend.

Als je om zes uur buiten gaat zitten, hoor je veel gefluit en zie je veel moois. Vliegend zijn ze niet te fotograferen (althans niet door ons), maar als ze even uitrusten wel: de kolibrie.

Deze toekan was niet moeilijk om te missen. We kunnen er geen genoeg van krijgen (en deze is nog mooier…)

Tijdens een autoritje hoorden we het volgende gesprek:
Jonas: Ik zie een toekan in de boom.
Juul: Oja, waar?
Jonas: Het was een alsof-toekan.
2 minuten later…
Jonas: Ik zie heleboel alsof-toekannen
